Liturgy and Sacred Space

Internationale conferentie

gepubliceerd: woensdag, 14 november 2012
Pater Prof. Uwe Michael Lang C.O.
Pater Prof. Uwe Michael Lang C.O.

Onder grote belang­stelling van priester­studenten, priesters, architecten en andere professionals op het gebied van kerkelijke architectuur, vond op 5 en 6 november 2012 de inter­nationale conferentie “Liturgy and Sacred Space. Architecture for Divine Worship in the 21th Century” plaats.

Aan de European University in Rome wordt sinds enkele jaren een Master programma “Architecture, Sacred Arts and Liturgy” ingericht dat zich met deze thematiek bezighoudt. Ook in Nederland groeit het besef dat, in de snel veranderende omstandigheden van de katholieke Kerk in Nederland, het gebruik en de (her)inrichting van de liturgische ruimte een cruciale uitdaging vormt met het oog op een nieuwe evangelisatie.

Daarom heeft de Tiltenberg, het Groot­semi­narie en centrum voor kerkelijke vorming van het bisdom Haarlem-Amsterdam, besloten om, samen met enkele docenten van dit Master-programma, dit thema ter hand te nemen.

Maar wat zijn de theologische en liturgische grondslagen voor de inrichting van een gewijde ruimte? Op welke wijze hebben deze grondslagen concreet vorm gekregen in de geschiedenis van de christelijke architectuur? Welke criteria voor de (her)inrichting van de liturgische ruimte kunnen wij hieruit afleiden?

Pater Prof. Uwe Michael Lang C.O.

De hoofdspreker, Pater Prof. Uwe Michael Lang C.O., auteur van het welbekende werk Conversi ad Dominum. Over de geschiedenis en de theologie van de christelijke gebedsrichting, stelde meteen de vraag wat het is dat gewijde architectuur ook werkelijk gewijd maakt (“What makes architecture sacred?”). Hij stelde allereerst dat deze vraag vandaag zo moeilijk te beantwoorden is vanwege theologische opvattingen over wat de liturgie en de sacramenten zijn. Indien immers het onderscheid tussen natuur en genade niet meer duidelijk is, zoals bij Rahner en Schillebeeckx, dan worden sacramenten enkel nog ‘manifestaties’, zij het zeer betekenisvolle, die expliciet maken wat reeds in de wereld gebeurd. Vanuit dit theologisch perspectief vermengt het heilige zich met het gewone, het alledaagse dat altijd al doordrongen is van Gods genade.” In het christendom kan echter het heilige enkel beschouwd worden vanuit de relatie met Christus.

Een lezing van de toe­wijding van Christus aan de Vader en aan zijn leerlingen in Johannes 17 laat zien dat “de messiaanse zending van Christus ook een cultische dimensie heeft en dat het centrale punt ervan het priester­schap van Christus is, de bemiddelaar tussen God en de mensheid.” Vanuit de gedachte van paus Benedictus XVI dat wij leven in een tijd van het ‘nog niet’, benadrukte pater Lang dat het menselijke bestaan in deze wereld gevormd gestructureerd wordt door tijd en ruimte en dat dit dus ook geldt voor het gebed en de goddelijke eredienst. De liturgie dient dus ook een plaats te hebben waar dit kan gebeuren. Dit heeft als gevolg dat een kerkgebouw wezenlijk gedefinieerd wordt door de liturgie. Hij besloot: “De vraag naar het gewijde karakter of de heiligheid is niet verbonden met één bepaalde bouwstijl. Het zou een vergissing zijn te besluiten dat enkel een eenvoudige bouwstijl of enkel een uitbundige bouwstijl in staat is op uitdrukking te geven aan het heilige. Echter, een architectuur die niet in staat is zich te laten vormen door de liturgie van de Kerk of die dit zelfs verwerpt, werkt niet voor een kerkgebouw.”

De plenaire discussie tussen Pater Lang, Moeder Anima Christi en Mons. Nicola Bux ging nader in op de implicaties van Jozef Ratzinger’s Geest van de Liturgie voor de constructie en herinrichting van een kerkgebouw.

In zijn bijdrage “A Soul for the Liturgical Space” benadrukte architect Ciro Lomonte ondermeer dat de bouw of herinrichting van een kerkgebouw dient te beginnen met het altaar, overeenkomstig de vraag van Vaticanum II dat de Eucharistie het hart van het leven van de gelovige dient uit te maken.

Anima Christi

In haar bijdrage, “The Language of Beauty”, formuleerde Moeder Anima Christi drie criteria voor ‘gewijde kunst’: deze dient figuratief te zijn, narratief en mooi. Bij dit laatste criterium betoogde zij, aan de hand van Thomas van Aquino, dat schoonheid fundamenteel een eigen­schap van een ding is, d.w.z. de beschouwing van een esthetisch mooi object dient de geest op te heffen naar God.

Michel Remery

Dr. Michel Remery, docent aan de Tiltenberg, toonde, aan de hand van de St. Pieters­basiliek, aan dat een goede kerkelijke architectuur een directe en niet slechts indirecte relatie heeft tot vorming van de gelovige.

De eerste dag werd besloten met de viering van de Vespers en de H. Mis, gecelebreerd door Mgr. Jan Hendriks, aan het hoogaltaar van de St. Bavo-kathedraal.

Tweede dag

Tijdens de tweede dag van de conferentie stonden een aantal praktische aspecten centraal. Architect Alberto Cicerone, de ontwerper van het nieuwe doopvont voor de Sixtijnse Kapel, bracht uitvoering verslag uit over de theologische en technische-kunstzinnige aspecten van dit opmerkelijk kunstwerk.

Mons. Nicola Bux (“The normative value of the rite of dedication of a church for the sacred space”) kwam, aan de hand van de rite voor de kerk­wijding, tot de formulering van 7 regels bij de totstandkoming van gewijde kunst. Allereerst moet een kunstwerk God centraal stellen en niet de kunstenaar. Hieruit volgen alle andere regels. Gewijde kunst moet voortkomen uit een hart dat bekeerd is en zich voortdurend wil laten bekeren; de kunstenaar dient kennis te hebben van de liturgie; hij dient in gemeen­schap met de Kerk en haar traditie te werken; kunst dient, net als de liturgie, mystagogisch te zijn, waarbij de kunstenaar zich ondergeschikt maakt aan het kerkgebouw als huis van God en van Zijn volk; en tot slot dient dit alles te gebeuren vanuit een liefde tot Christus.

In de tweede bijdrage van Ciro Lomonte ("Starting again from zero? Why the languages of modernist architecture are not apt for the liturgy") betoogde deze op aanschouwelijke en stimulerende wijze zien dat de bouwstijl van het modernisme doordrongen is van een ideologie uit de Verlichting waardoor deze bouwstijl niet geschikt is om theologisch en liturgisch uitdrukking te geven aan het katholieke geloof. Hij betoogde dat de Kerk afstand zou nemen van een mis­plaatst minder­waardigheidsgevoel en timiditeit ten aanzien van de gewijde architectuur en resoluut zou teruggrijpen naar de architectuurstijlen van het verleden, zonder dat dit een louter kopiëren zou betekenen.

Een voorbeeld hiervan, zo betoogde mede-organisator Dr. Laura Bolondi, is te vinden in de St.-Bavo Kathedraal te Haarlem. In haar bijdrage (“Revelation becomes stone”) toonde zij op enthousiaste wijze aan dat de architect Jos Cuypers dit kerkgebouw opvatte als “a theological treatise written into the stone”. Elk architectureel element van dit gebouw draagt de bood­schap van de Kerk uit.

De plenaire discussies en de vele vragen uit het publiek toonden aan deze visie op gewijde architectuur, sterk beïnvloed door het werk van Jozef Ratzinger en de vele teksten die paus Benedictus XVI aan dit thema heeft gewijd, een sterke stimulans uitoefende op de deelnemers en aangezet heeft tot het bevragen van gevestigde ideeën.

En zo heeft deze conferentie haar doel bereikt! De Tiltenberg bereidt momenteel de publicatie van deze lezingen in boekvorm voor.

Dr. J. Vijgen

Fotoserie

Klik op een foto voor een uitvergroting.