Jaar van de priester

Overwegingen

gepubliceerd: maandag, 1 maart 2010
Jaar van de priester

Hieronder vindt U de overwegingen voor het jaar van de priester, voor de eerste helft van de maand maart, die ons vanuit de Focolare-beweging zijn aangereikt.

1 maart - Je hart bewaken

Vergeleken bij God zijn zelfs de sterren niet zui­ver; hoeveel te meer geldt dat voor de mensen, wier leven één voortdurende beproeving is! Wee ons als we elke keer dat de begeerlijkheid ons over­valt, in onzuiverheid vervallen! Want het zwaard van de Heer doordrenkt de hemel, zegt Jesaja (vgl. 34,5). Hoeveel te meer zal dat op aarde distels en doornen geven.

De mens, die als een “vaas der uitverkiezing” is en door wiens mond Christus spreekt, mat zijn lichaam af en maakt het tot slaaf. Ondertussen merkt hij dat het brandend verlangen van het vlees niet strookt met zijn diepste intentie: hij ziet zich gedwongen te doen wat hij niet wil! Het is als met iemand die geweld ondergaat en zegt: “Wie zal mij, ongelukkige mens, redden uit dit bestaan dat beheerst wordt door de dood?” (Rom 7,24).

En jij denkt dat je kunt leven zonder te vallen en verwondingen op te lopen, als jij je hart niet met de grootste zorg bewaakt?

Hiëronymus

Brieven IV, 125, 7
La teologia dei padri 3,
Rome 1975, blz. 399 - 400

2 maart - Clowns van God

 Voor mij is het niet belangrijk te zeggen dat de Heer mij bij bepaalde gelegenheden vele genaden heeft gegeven; maar gewoonlijk ben ik tegen­draads. Ik volg mijn eigen plan, niet omdat het me aantrekt, maar omdat het moet, uit Liefde.

“Maar, vader Josemarìa, kun je dan komedie spelen voor God? Is dat geen schijn­heiligheid?” Maak je niet ongerust: voor jou is het moment gekomen waarop je als mens een komedie moet spelen voor een goddelijke toeschouwer. Hou vol, want de Vader en de Zoon en de heilige Geest aanschouwen jouw komedie; doe alles uit liefde voor God, om Hem te behagen, ook als het je kost.

Wat is het mooi om Gods clown te zijn! Hoe geweldig is het om de komedie op te voeren uit Liefde, met grote opoffering, zonder genoeg­doe­ning voor jezelf te zoeken, om alleen te behagen aan God onze Vader die met ons meespeelt!

Plaats jezelf voor God en vertrouw Hem toe: “Ik heb helemaal geen zin om dit te doen, maar ik draag het op aan u”. En dan moet je ook echt doen wat je moet doen, ook al denk je dat het maar toneel is.

Gezegende komedie! Ik verzeker je dat dit geen schijn­heiligheid is, want de schijn­heiligen hebben voor hun opvoeringen publiek nodig.

Josemarìa Escrivà De Balaguer

Tra le braccia del Padre
Genua 2000, blz. 32-33

3 maart - Broos, maar moedig

 Het is zonder meer noodzakelijk de Heer onop­hou­­delijk aan te roepen en Hem met een sterk en nederig geloof te zeggen: “Heer, vertrouw niet op mij. Maar ik vertrouw wel op u.” En door onszelf steeds bewust te zijn met wat voor liefde, medelij­den en tederheid Christus naar ons kijkt - want Hij laat ons niet in de steek - zullen we de woorden van de apostel in al hun diepte kunnen begrijpen: “Virtus in infirmitate perficitur”: “Kracht wordt zichtbaar in zwakheid” (2 Kor 12,9). Door te vertrouwen op de Heer ondanks onze ellende - sterker nog, mèt al onze ellende - zal Gods kracht kunnen schit­teren en ons sterk maken in onze broosheid. (...)

Als je merkt dat het je niet lukt, om wat voor reden dan ook, vertrouw jezelf dan aan Hem toe en zeg Hem: “ Heer, ik vertrouw op u, ik geef me aan u over, maar u moet me helpen in mijn zwakheid!”

Zeg Hem steeds weer vol vertrouwen: “Kijk mij eens, Jezus, ik ben een vies vod; mijn leven is een trieste bedoening, ik verdien het niet om uw zoon te heten.” Zeg het Hem, en zeg het Hem vaak. Zijn antwoord zal niet lang op zich laten wachten: “Ne timeas!” - “Niet bang zijn!”, of: “Surge et ambula!” - “Sta op en wandel!”

Josemaría Escrivá De Balaguer

Tra le braccia del Padre
Genua 2000, blz. 19, 46

4 maart - Onbegrijpelijke Liefde

 Het meest verwonderlijke van God die mens is geworden, is dat Hij voor ons gestorven is. (...) Je kunt je nog voorstellen dat Hij moest opstaan uit de doden, de verrijzenis dus, je kunt begrijpen dat Hij met de opstijging ten hemel alle dingen in hun wezen zou bezitten. Maar wat je nooit zult kunnen begrijpen, wat je je nooit zult kunnen voorstellen, wat je ook nooit zult kunnen veronderstellen, is dat God voor jou is gestorven. De zondige mens wordt hierdoor tot in het diepste van zijn vezels bewogen.

“Simon, bemin je Mij?” Niet: “Je hebt gefaald, je hebt Me verraden”, maar : “Simon, bemin je Mij?” Dat is de grote morele revolutie die het christen­dom in de wereld heeft gebracht. Het is de moraal van een liefde die zich tracht toe te passen, die er om smeekt zich te mogen toepassen, die roept en bedelt.

“De liefde die Christus ons heeft betoond, brengt ons er nadrukkelijk toe te denken dat als er één voor ons gestor­ven is, Hij voor allen is gestorven, opdat wij niet meer voor ons zelf zouden leven, maar voor Hem die gestorven en verrezen is voor ons.” Op deze manier vind ik in de passie die in mijn hart leeft, opnieuw verwoord wat ik zelf moet doen, en word ik weer herinnerd aan het ideaal, terwijl ik me inzet om dit ideaal in anderen te laten plaatsvinden.

Luigi Giussani

Parole ai preti
Turijn 1996, blz. 69-70

5 maart - De donkere nachten van de ziel

God heeft een doel met onze levens, een doel dat niet wordt afgemeten aan de lengte van ons leven. (...)

Er zullen momenten zijn waarop we echt kwaad zullen zijn op God; of helemaal gedeprimeerd of totaal ontgegoocheld, omdat het lijkt alsof God niets doet...

Maar wanneer we die momenten van verlorenheid (“de donkere nachten van de ziel”, zoals de mystici zeggen) uitbuiten, kan onze relatie met God dieper worden.

Als ik God alleen maar prijs wanneer de zon schijnt, dan is mijn geloof oppervlakkig.

David Watson

David Watson: A Biograhpy
Sevenoaks 1992, blz. 229

6 maart - Lijden, weg van ontmoeting

De diepe ontmoeting met Christus is mogelijk door middel van het lijden. Zonder lijden kunnen we Hem niet diep leren kennen en Hem niet diep ontmoeten.

Waarom nu juist door middel van het lijden? De reden is deze: als wij onszelf niet openen, kunnen we Christus niet ontmoeten: we kunnen Christus niet ontmoeten als we onszelf niet leeg maken door ons te openen.

Ons openen en ons leeg maken kan niet anders dan gepaard gaan met de felle pijn van een hart dat doorboord wordt met een scherpgeslepen zwaard.

Om de Eeuwige te kunnen ontvangen, moeten onze beperkingen worden opengebroken.

Kardinaal Stefan Kim

Fede e Amore del cardinale Stefano Kim Sou Hwan
Seoel 1997, blz. 60-61

7 maart - Lijden in liefde

Er zijn twee manier om te lijden: lijden in liefde en lijden zonder dat je liefhebt. De heiligen leden al­len met geduld, vreugde en volharding, omdat ze liefhadden. Wij lijden met woede, afkeer en ver­veling, omdat we niet liefhebben. Als we God zouden liefhebben, zouden we gelukkig zijn om te mogen lijden uit liefde voor Hem die aanvaard heeft te lijden voor ons (...).

Zeggen jullie dat dit hard is? Nee, het is aangenaam, troostvol en zacht: het is geluk... Maar daarvoor moet je liefhebben als je lijdt en lijden terwijl je liefhebt.

Wie het kruis tegemoet treedt, loopt in de omgekeerde richting van de kruisen; hij zal ze misschien wel ontmoeten, maar hij is blij ze tegen te komen: hij bemint ze en draagt ze moedig. Ze verenigen hem met onze Heer. Ze louteren hem. Ze maken hem los van deze wereld. Ze nemen de hindernissen uit zijn hart weg en helpen hem om door het leven te gaan, zoals een brug helpt om het water over te steken.

Johannes Maria Vianney
(de ‘Pastoor van Ars’)

Primavera nell’anima. 100 pagine del Curato d’Ars
Rome 2006, blz. 29, 39

8 maart - Liefde en lijden, lijden en liefde

Wat de zielen op aarde het meest vruchtbaar maakt is het lijden, voortgekomen uit de oneindige liefde die het waardevol maakt voor de hemel.

In de wereld van de ziel is liefde lijden en is lijden liefde. De liefde is geworteld in het lijden, maar niet omdat het lijden wordt omvat door de Vader die het beginsel is van alles. De liefde is geworteld in het lijden omdat het lijden, dat is voortgekomen uit de zonden, is uitgewist en verlost door de vruchtbare liefde van de Vader die elke onge­rechtigheid uitwist en alles wat Hij aanraakt ver­heft en omvormt in liefde, en daarom zelfs ook het lijden. De liefde is geworteld in het lijden, omdat het Kruis het altaar is van het lijden dat verlost, het altaar van de vruchtbare liefde die redt. (...)

Hoeveel zaken moet een priester zich niet ontzeggen om zijn plichten te kunnen vervullen, om geheiligd te worden en anderen te heiligen!

Als de priesters zich ervan bewust zijn dat het lijden in hen de vrucht­baar­heid aantrekt van de Vader, met wat voor vurig verlangen zullen ze dan het Kruis omarmen!

Conchita Cabrera De Armida

Sacerdoti di Cristo
Rome 2008, blz. 231

9 maart - Goddelijke en menselijke socialiteit

Ik ben maximaal mezelf als persoon wanneer ik bewust en in alle vrijheid de ander bevestig, ook al gaat het ten koste van mijzelf. Deze dynamiek wordt door Jezus als volgt onder woorden gebracht: “Nie­mand heeft een grotere liefde dan hij die zijn leven geeft” voor de anderen. Met andere woorden, niemand is zozeer ‘ik’, zozeer ‘persoon’ als wie de transcendentie van de ander wil sauveren en daarvoor zichzelf overstijgt door zich weg te cijferen.

Dit is de wetmatigheid van de goddelijke socialiteit zoals die ons door Jezus is geopenbaard en voorgeleefd, en die - hoe kan het anders - ook de wet is van de socialiteit van de mens en van elke vorm van leven. Jezus zelf heeft ons geholpen om dat te begrijpen: de graankorrel wordt alleen zich­zelf door aar te worden, maar hij wordt alleen aar als hij door een soort van dood heengaat. Daarom zegt Hij ook: “Wie er alleen maar op uit is om zijn eigen leven te redden, zal het verliezen; maar wie bereid is zijn leven op te offeren, zal het redden.”

Silvano Cola

Scritti e testimonianze
Gen’s, Grottaferrata 2007, blz. 63

10 maart - Geheimnisvolle solidariteit

Wie aan Christus toebehoort, dient het leven van Christus in zijn totaliteit te leven. Hij dient te groei­en tot de rijpheid van Christus, (...) zijn weg te gaan via Getsemane en Golgota. Alle lijden dat van buiten komt, is niets vergeleken met de donkere nacht van de ziel, wanneer het goddelijk licht niet meer schijnt en de stem van de Heer niet meer gehoord wordt. God is er altijd, maar Hij houdt zich verborgen.

Het lijden en de dood van Christus worden voortgezet in zijn mystieke Lichaam en in elk van zijn ledematen. Lijden en sterven is de be­stemming van elke mens. Maar als hij een lidmaat is van het mystieke Lichaam van Christus, krijgen zijn lijden en sterven door middel van de goddelijkheid van het Hoofd (van het mystieke Lichaam) een verzoenende en medeverlossende waarde. (...)

Zo zal wie met Christus verbonden is, ook ongeschonden door de donkere nacht komen waarin God ver verwijderd en afwezig lijkt. Misschien dat de goddelijke economie van het heil die folteringen gebruikt om iemand anders te bevrijden die feitelijk gezien geketend is door de zonde. Daarom “voluntas tua!” - “uw wil”! Ook en juist midden in de donkerste nacht.

Edith Stein

La vita come totalità
Rome 1990, blz. 204-205

11 maart - Seismograaf van onze tijd

Als je een seismograaf zoekt die de schokken van onze tijd kan registeren, die de positieve en negatieve ontwik­ke­lingen van het geweten van onze tijd ziet, de dreigingen die boven ons hoofd hangen en de nieuwe tekenen van hoop, neem dan de figuur van de priester.

Hij is in zekere zin het Hart van de Heer, door Hem zelf in de geschiedenis van de mensheid geplaatst met een speciale roeping: een bepaalde gevoeligheid te hebben ten aanzien van de Heer en van de mensen met wie hij zich één wil maken en die hij nabij wil zijn. Maar deze gevoeligheid gaat ook gepaard met een grote kwetsbaarheid.

Bisschop Klaus Hemmerle

De priester van vandaag
Gen’s 12 (1982/6), blz. 10

12 maart - Collectieve donkere nachten

Ondanks al zijn veroveringen komt ook de moderne mens in zijn persoonlijke en collectieve ervaring voor de afgrond te staan van de ver­latenheid, voor de verleiding van het nihilisme en voor de absurditeit van zoveel fysiek, moreel en spiritueel lijden.

De donkere nacht, de beproeving waarin je het mysterie van het kwaad kunt aanraken en die de openheid van het geloof vereist, neemt soms epochale dimensies en collectieve proporties aan. (...) Johannes van het Kruis met zijn ervaring nodigt ons uit om vertrouwen te hebben, om ons door God te laten louteren. In het geloof, dat verweven is met hoop en met liefde, begint de nacht “het licht van de dageraad” te kennen; dan wordt de nacht lichtend als een paas­nacht (...).

We mogen hopen dat deze donkere nachten, die de individuele gewetens en de collectiviteit van onze tijd met alsmaar grotere intensiteit doordringen, geleefd kunnen worden in een zuiver geloof; in de hoop “die alles verkrijgt als ze echte hoop is”; in de vurige liefde van de kracht van de Geest, opdat deze nachten tot lichtende dagen worden voor onze met droefheid geslagen mensheid, tot een overwinning van de Verrezene die bevrijdt met de kracht van zijn kruis!

Johannes Paulus II

Viering ter ere van Johannes van het Kruis
Segovia, 4 november 1982

13 maart - Het ‘gelaat’ van de zonde

Om het gelaat van de Vader terug te brengen naar de mens, moest Jezus niet alleen het gelaat van de mens aannemen, maar ook het ‘gelaat’ van de zonde op zich nemen: "God heeft Hem die de zonde niet kende, voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door Hem rechtvaardig voor God konden worden" (2 Kor 5,21).

Nooit zullen we de ondoorgrondelijke diepte van dit mysterie kunnen peilen. De gruwelijke scherpte van deze paradox komt tot uiting in die smartelijke kreet van schijnbare wanhoop, wanneer Jezus op het kruis uitroept: "Eloi, Eloi, lama sabachtani?". Dat betekent: "Mijn God, mijn God, waarom hebt u Mij verlaten?" (Mc 15,34). Kan men zich een gruwelijker kwelling, een diepere duisternis voorstellen?

Johannes Paulus II

Novo millennio ineunte 25

14 maart - Je ‘één maken’ in de stijl van Jezus

Het heeft de Zoon van God bepaald niet weinig gekost om zich uit liefde één te maken met ons. Niemand heeft beter dan Hij ‘de ander geleefd’. Zo was Jezus als mens: Hij wordt geboren als één van ons, jood onder de joden met de joodse cultuur, Hij leeft en werkt, huilt, is vermoeid, lijdt in zijn lichaam en zijn ziel; alles offert Hij op aan God, zelfs zijn verschrikkelijke gevoel door Hem verlaten te zijn; Hij wordt gereduceerd tot niets en sterft. Zo is Hij afgedaald langs alle treden waarop de mensheid zich bevindt, om haar helemaal op te nemen in zijn hart en naar zijn Vader te brengen.

Op Hem houden we onze blik gericht (...) om te weten hoe we God kunnen brengen aan wie Hem nog niet kennen of denken andere goden te kennen. Jezelf ‘één maken’ met hen, de verschillende culturen in je opnemen die vaak zo rijk zijn, de soms duizenden jaren oude tradities, en daarin de zaadjes laten ontkiemen van de Blijde Bood­schap.

En je ‘één maken’ met alle mensen op aarde: atheïsten, materialisten, geweldplegers, terroristen, zondaars, drugverslaafden, dieven, moordenaars... De gekruisigde Jezus herinnert in zijn schreeuw van verlatenheid aan al deze schepselen. Het is de liefde voor deze Jezus die aan de priester nieuw elan geeft om te weten hoe en waarover hij met hen in dialoog kan treden: Jezus is gekomen als geneesheer voor de zieken.

Chiara Lubich

Il sacerdote oggi, il religioso oggi
Gen’s 12 (1982/6), blz. 6

15 maart - Delen in het lijden van God

 Kunnen jullie nog geen uur met Mij waken?”, vraagt Jezus in de hof van Olijven. Het is de omkering van alles wat een religieuze mens van God verwacht. De mens wordt geroepen om te delen in het lijden van God in de wereld zonder God waarin hij zich bevindt.

Daarom moet hij daadwerkelijk leven in de wereld zonder God en niet proberen om met behulp van de religie op een of andere wijze het feit te verhullen dat we zonder God zijn in onze wereld of daar een draai aan te geven. (...)

Het is niet de religieuze handeling die iemand tot christen maakt, maar het deelhebben aan het lijden van God in het leven van de wereld. Dit is de metanoia: niet allereerst aan je eigen moeilijkheden en problemen denken, aan je eigen zonden en angsten, maar je met Jezus Christus laten meetrekken op de weg van het messiaanse gebeuren dat bestaat in het feit dat Jesaja 53 hier en nu bewaarheid wordt.

Dietrich Bonhoeffer

Resistenza e resa
Cinisello Balsamo 1988, blz. 441

16 maart - Niet stil blijven staan

Met zijn dood op het kruis en zijn schreeuw van Godverlatenheid heeft Christus de mensen vere­nigd met God en met elkaar. Daar heeft Hij elke zonde op zich genomen, elk lijden en elke ver­deeldheid, en heeft die overwonnen. (...) On­danks de enorme scheiding van zijn Vader die Hij op dat moment voelde, heeft Hij gezegd: “In uw handen beveel ik mijn geest.” (...)

Zo ook wij: elke keer dat we ons in een lijden bevinden dat lijkt op het zijne, moeten we niet stil blijven staan, niet blijven steken in het trauma, maar er doorheen gaan met liefde. (...)

Eerst daal je af in de diepte van je hart en zeg je tot Jezus in zijn verlatenheid: “U bent mijn enige Alles”. Dan begin je meteen met wat God je het volgende moment vraagt, bijvoorbeeld de mede­mensen lief te hebben met wie je samen bent. (...)

Je kunt echt niet stil blijven staan bij persoonlijke pijn. Alle pijnen van de wereld zijn van ons, want we zijn christenen, dat wil zeggen: wij volgen Christus.

Chiara Lubich

Gesù crocifisso e abbandonato: l’unità si fa stile di vita
Gen’s 29 (1999/4-5), blz. 110-112

17 maart - Het wezenlijke

Als je steeds doorgaat met liefhebben en je innerlijk op het punt komt dat je je niet langer kunt inhouden en uitroept: “Mijn God, waarom hebt u mij ver­laten?”, en als je op dat punt staande blijft en niet ophoudt met liefhebben, dan word je uiteindelijk door iets geraakt dat niet meer die toestand van lijden is, ook geen vreugde, maar het wezenlijke waar alles om draait, het essentiële, het pure, het niet voelbare, dat eigen is aan zowel de vreugde als het lijden, dat wil zeggen: de liefde zelf van God.

Simone Weil

L’avventura di uno sguardo puro
Rome 2001, blz. 96

18 maart - Alles wordt omvat door het leven van God

Heden ten dage is de ontmoeting met Jezus in zijn verlatenheid het sacrament geworden om God in onze wereld te ontmoeten. De tekenen daarvan zijn verlatenheid, onmacht, de afgronden in ons en om ons heen. Wat zich onder deze teken aan ons meedeelt is de liefde van God, die dat alles van binnen uit opneemt en omvormt.

Dat resulteert in een nieuwe capaciteit tot ontmoeting met de mensen, in een nieuwe gemeen­schap tussen hen, een nieuwe capaciteit om zich tot de wereld te richten, uitgaande van een nieuwe gemeen­schap met God. (...)

Aangezien Jezus alles op zich heeft genomen wat menselijk is, iedere last, iedere schuld ter wereld, is er om die reden niets in de geschiedenis dat buiten het leven van God gebleven is: alles is opgenomen in dit leven van God; alles maakt deel uit van de dialoog tussen de Vader en de Zoon, van de onvoorwaardelijke liefde tussen de Vader en de Zoon.

Bisschop Klaus Hemmerle

Vie per l’unità
Rome 1985, blz. 39, 44