Redactiechef HP/De Tijd wordt priester

Jim Schilder volgt zijn roeping

gepubliceerd: vrijdag, 1 mei 2009

Chef redactie van het opinieweekblad HP/De Tijd, Jim Schilder (*1956), volgt de priester­opleiding aan het seminarie. Nu doet hij dat nog ‘part-time’, maar deze week heeft hij bekend gemaakt dat hij per 1 augustus gaat stoppen bij HP/De Tijd om zich volledig te wijden aan de studie en vorming tot het priester­schap. Een ‘late roeping’ met een opmerkelijke achtergrond.

Voor het weekblad De Tijd deed hij onder meer verslag van de burger­oorlog in Mozambique in 1987 en de val van de Berlijnse muur in 1989; voor onder meer Panorama deed hij in 2001 verslag van ‘nine eleven’, de aanslagen op de WTC-gebouwen in New York. Hij werkte voorts als eindredacteur van de AVRO-talkshow ‘Karel’ en was redacteur voor de Volkskrant en Utrechts Nieuwsblad en was correspondent voor Het Parool, het Belgische tijd­schrift Knack en Management Team.

Jim Schilder is van vrijgemaakt-gereformeerde afkomst; zijn vader H.J. Schilder was hoogleraar Oude Testament in Kampen; de familie was nauw betrokken bij het ontstaan van de vrijgemaakt gereformeerde kerk in 1944, aan de wieg waarvan oud-oom K. Schilder stond. Aleid Schilder, die bekend werd door haar boek over het verband tussen geloof en depressiviteit en over wie een film werd gemaakt, is een zus van Jim.

Zelf zegt hij over zijn roeping in een artikel in De Tiltenbergkrant:

“Ik ben protestants opgevoed in een gezin van tien kinderen. Als tiener ben ik van de kerk en van het geloof losgeraakt, maar nooit helemaal. Ik merkte dat God op de achtergrond aanwezig was. Bijvoorbeeld door de overtuiging dat mensen na hun overlijden niet echt weg zijn, maar eh... boven, bij God. In New York liep ik vaak zomaar een kerk in omdat ik vond dat ik daar moest zijn, maar ik begreep nooit waarom. In stilte heb ik weleens om uitleg gevraagd, maar die kwam nooit. In het voorjaar van 2005 maakte ik een tour door Israel, inclusief anderhalve dag in Jeruzalem. Ter plekke gebeurde niets bijzonders, maar in de maanden daarna voelde ik dat de band met het christendom werd hersteld. Het was zo intens dat ik weer naar de kerk moest, maar nu echt. En wel naar de rooms-katholieke kerk: dat is toch de directe lijn met het Jeruzalem waar het allemaal begonnen is. Toch was het nog een grote stap; ik vond me nog te veel een twijfelaar, en als kind had ik in de kerk nooit twijfel gezien. Maar in de tijd voor Pasen las ik een interview met kardinaal Simonis waarin hij precies de juiste woorden zei om me over de drempel te duwen.

Op eerste paasdag 2006 ging ik naar de Nicolaas­kerk in Amsterdam. Dat voelde als thuiskomen. De liturgie, de eerbied, maar vooral de heilige communie raakten mij diep. Sindsdien ging ik op zondacht­ochtend niet meer naar de sport­school maar naar de Nicolaas. Na een paar weken wilde ik lid worden. Ik kon nog aanschuiven in de ‘vormingsklas’. Op een van de avonden werden we rondgeleid door de kerk, en gevraagd ieder voor zich een plek uit te zoeken waar we dachten te moeten zijn. Ik liep meteen naar het altaar. Daar stond ik, in het half donker, onder de enorme koepel van de Nicolaas­kerk. Ineens leek vanuit de top een straal naar beneden te komen, alsof ik werd aangeraakt door de heilige geest - heel vreemd. het duurde misschien maar een halve minuut, maar het was intens en ontroerend. In de maanden erna kreeg ik steeds sterker het gevoel dat ik op zondag aan de verkeerde kant van het altaar stond”.