De Priester

Benedictus XVI, Witte Donderdag 13 april, 2006
Benedictus XVI, Witte Donderdag 13 april, 2006

“Ik noem u geen die­naars meer, maar vrien­den. In deze woor­den zou men zonder meer de in­stel­ling van het priester­schap kunnen zien. De Heer maakt ons tot zijn vrien­den. Hij ver­trouwt ons alles toe, Hij ver­trouwt ons Zichzelf toe, zodat we met zijn ‘Ik’ kunnen spreken, in de persoon van Christus het Hoofd - in persona Christi capitis.

Wat een ver­trouwen! Hij heeft Zich wer­ke­lijk in onze han­den gelegd . De wezen­lijke tekenen van de priester­wij­ding zijn ten diepste allemaal uitdruk­kings­vorm van dit woord: de handopleg­ging, de over­handi­ging van het Boek - van zijn Woord dat Hij ons toever­trouwt - de over­handi­ging van de kelk, waar­mee Hij ons zijn diepste en per­soon­lijkste geheim doorgeeft.

Bij dit alles hoort ook de vol­macht om van zon­den te kunnen ontslaan: Hij laat ons ook delen in zijn besef van de ellende van de zonde en van de duisternis in de wereld, en Hij geeft ons de sleu­tel in han­den om de deur te openen naar het huis van de Vader. Ik noem u geen die­naars meer maar vrien­den. Dit is de diepe bete­ke­nis van het priester zijn: vriend wor­den van Jezus Christus.”